Help! Mijn peuter speelt niet op peuterspeelzaal!

door Joost Nusselder | Geupdate op:  september 28, 2020
Ik schrijf deze artikelen met veel plezier voor mijn lezers, jullie. Ik accepteer geen betaling voor het schrijven van reviews, mijn mening over producten is die van mijzelf, maar als je mijn aanbevelingen nuttig vindt en je uiteindelijk iets koopt via een van de links kan ik daar mogelijk een commissie over ontvangen. Meer informatie

Voordat een kind 5 jaar wordt, en zelfs na dat punt zou ik willen beweren, is spelen “werk” voor een kind.

Het is verbonden met de

Mijn peuter speelt niet op de peuter speelzaal

Toegang tot speelgoed met open einde (lees: geen batterijen) en speeltijd om ze te gebruiken, geven kinderen de kans om

  1. te leren hoe de wereld werkt
  2. om hun grote en kleine spieren te ontwikkelen
  3. om te experimenteren
  4. en om hun fantasie te gebruiken.
  5. En misschien wel het belangrijkste, het leert hen hoe ze met anderen om moeten gaan.

Wanneer ze vrije speeltijd niet benutten verliezen ze een waardevol stuk van vroeg leren.

Ouders maken zich vaak zorgen dat hun 2-jarige niet met andere kinderen speelt en graag alleen speelt.

Er zijn een aantal dingen waardoor het zou kunnen komen dat je peuter niet goed meespeelt op de peuter speelzaal of bij de gastouder.

Ik zal in dit artikel bespreken hoe je het kunt herkennen en wat je wellicht kunt doen:

  1. je kind is misschien in een stadium bljiven hangen
  2. er zijn juist te weinig oudere kinderen om bij mee (of meer naast) te kunnen spelen
  3. je kind is van nature verlegen en hoe ga je daarmee om?

Hoe weet je of de speelvaardigheden van je kind op schema liggen?

4 stadia van spelen

Er zijn vier stadia van spelen:

Alleen spelen

Stel je je tien maanden oude kind voor, zittend op de vloer, terwijl hij klein speelgoed uit een emmer trekt, en ze waarschijnlijk allemaal proeft voordat hij het weggooit.

Dit is alleen spelen en het is een normaal onderdeel van de kindertijd.

Bij alleenspel wordt de baby opgenomen in haar spel en gefocust op verkenning. Hij verwacht niet dat andere kinderen eraan deelnemen.

Dat weerhoudt hem er niet van sociaal te zijn, want dat is ie. Spelletjes zoals klappen en kiekeboe zijn in dit stadium favoriet, maar speeltijd is vaak een solo-activiteit.

Veel mensen denken dat baby’s moeten leren delen, en dat doen ze uiteindelijk ook. Maar tot de leeftijd van 23 maanden beschermen dreumesen hun bezittingen fel.

Dus terwijl je zeker vrede, liefde en samenzijn kunt aanmoedigen in de peuterspeelzaal, begint het delen van vaardigheden pas echt te ontwikkelen als je peuter 2 wordt.

Parallel spelen

Bij peuters staat de eerste fase van groepsspel bekend als parallel spelen en begint het rond 24 maanden te verschijnen.

Tijdens parallel spelen spelen kinderen alleen, maar bij elkaar.

Ze hebben hun eigen speelgoed en proberen niet elkaars spel te beïnvloeden, maar ze kunnen observeren wat een ander kind doet en daardoor hun eigen spel veranderen.

Ouders maken zich vaak zorgen dat hun 2-jarige niet met andere kinderen speelt en graag alleen speelt, maar als ze goed opletten, zullen ze zien dat hun kind eigenlijk parallel speelt.

Doet jouw kind dit ook, dan is er in ieder geval niets aan de hand.

Deze fase verschijnt soms na de eerste verjaardag, maar wordt het meest gezien bij 2- tot 3-jarigen.

Associatief spelen

De volgende speelfase is associatief spelen. Beschouw deze fase als ‘samen alleen’.

Een groep peuters doet misschien allemaal mee aan dezelfde activiteit, maar ze werken niet samen of werken niet aan een gemeenschappelijk doel.

In dit stadium leren kinderen over het delen van hun speelgoed en beginnen ze met om de beurt iets doen, met veel hulp van volwassenen.

Kinderen kijken en kopiëren elkaars spel vaak.

Coöperatief spelen

Ten slotte leren kinderen coöperatief spelen.

Op het hoogste niveau van sociaal spel ontwikkelen kinderen doorgaans geen coöperatief spel tot ze 4 of 5 jaar oud zijn.

Dit zal dus waarschijnlijk pas plaats hoeven vinden wanneer ze niet meer naar de peuterspeelzaal, opvang of de gastouder, maar naar school gaan.

In coöperatief spel communiceren kinderen met elkaar, vormen ze regels, wijzen ze rollen toe en werken ze aan een gemeenschappelijk doel.

Dit is het stadium waarin ouders eindelijk achterover kunnen leunen en zich zelf kunnen vermaken tijdens een playdate, hoewel kinderen nog steeds hulp nodig hebben bij het oplossen van problemen.

Hoewel deze fasen opvolgend zijn, leren kinderen elke fase met verschillende snelheden en bewegen ze heen en weer langs de ladder, waarbij ze gedurende de dag verschillende soorten spel gebruiken.

Als je het gevoel hebt dat jouw kind “vastzit” en niet doorgaat naar de volgende fase, dan is het misschien tijd om eens naar professionele hulp te kijken.

Hoe de sociale vaardigheden van je kind zich ontwikkelen

Baby’s houden van andere baby’s en zijn vaak erg tolerant ten opzichte van het wegrukken en grijpen van speelgoed.

Omdat baby’s in het moment leven zijn ze meer geïnteresseerd in het zien van het andere kind met hun weggerukte speelgoed dan in het piekeren over het feit dat het is gestolen.

Dit begint in het tweede jaar te veranderen, maar kinderen die vaak “naast” anderen spelen, blijven relatief tolerant.

Kinderen onder de twee maken geen echte vrienden of spelen niet samen met kinderen van hun eigen leeftijd.

Maar ze hebben de neiging om naast elkaar te zitten en vrijwel hetzelfde te doen.

Ze kunnen en zullen de vriendschap van anderen teruggeven, ze spelen graag met oudere kinderen, maar ze weten nog niet hoe ze een vriendschap voor zichzelf moeten aangaan.

Het zou dus kunnen dat er onvoldoende oudere kinderen zijn bij de speelgroep, juist een tekort aan leeftijdsverschil zou ervoor kunnen zorgen dat jouw kind wat moeite heeft met meespelen.

Deze vaardigheid ontwikkelt zich tussen twee en drie jaar, maar zelfs op driejarige leeftijd kan een kind zich meer aangetrokken voelen tot de spellen die andere kinderen spelen dan door een bepaald kind.

Vanaf drie jaar kiezen kinderen steeds vaker activiteiten juist omdat ze bij een bepaald kind willen zijn.

Worden sommige peuters verlegen geboren?

Verlegenheid lijkt een genetische component te hebben. Hoewel de meeste kleine kinderen niet bang zijn voor vreemden, zijn sommige schuwer dan andere.

Alle baby’s maken een periode door waarin ze zich meer aan hun verzorgers vastklampen, maar sommige houden zich harder en langer vast dan andere.

Er is altijd een kind dat niet alleen op een feestje wil staan maar bij mama, en die ander die zorgeloos binnenloopt en wat speelgoed pakt.

Verlegenheid is een van die kenmerken die ons door het leven volgt.

Hoewel het mogelijk is om een ​​kind te helpen ermee om te gaan, is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om een ​​verlegen, teruggetrokken kind te veranderen in een extravert kind dat geniet van de menigte om hem heen.

Maar, en het is een grote maar, hoe we reageren op het basis temperament van ons kind heeft wel ook invloed op hem.

Een verlegen kind kan worden geholpen door gevoelig en adequaat ouderschap.

Als je een verlegen kind beschermt tegen interactie met anderen, bouw je voort op die aanvankelijke aanleg, waardoor het voor hem moeilijker wordt om ermee om te gaan.

Evenzo, als je zijn temperament negeert en hem in het diepe gooit, ondermijn je het weinige vertrouwen dat hij heeft.

Wat nodig is, is een middenweg: een gevoelige en geleidelijke kennismaking met andere kinderen.

Je kind helpen sociaal te worden

Peuters helpen om samen te spelen

Onthoud dat de bezittingen van een peuter hen helpen definiëren.

Ze zien zichzelf als het kleine kind met

Daarom is het delen van hun speelgoed niet eenvoudig. Immers, als hij het kleine kind is met de speelgoedgarage, wat gebeurt er dan als iemand anders ermee speelt?

Oefen het peuterspeelzaal gevoel door een vriend uit te nodigen om te komen spelen:

  1. Bespreek van te voren welk speelgoed hij in de kamer laat en welke hij opbergt. Hij hoeft het niet allemaal te delen, maar kan zo bewust kiezen wat gedeeld mag worden.
  2. Verwacht niet dat hij urenlang zijn speelgoed deelt. Plan een korte playdate en kijk hoe het gaat, of sta klaar om op tijd lekker er even met zijn allen op uit te gaan na een korte speelsessie.
  3. Probeer een activiteit te vinden die de kinderen kunnen delen. Een nieuwe partij play dough of een nieuwe doos met kleurpotloden zijn van geen van beide kinderen. Noch de cakejes die ze je helpen bakken.
  4. Maak een praatje met je kind over delen en kies vervolgens een geheim woord om hem eraan te herinneren waar je het over had. “Weet je nog” zou bijvoorbeeld kunnen betekenen: “Weet je nog wat we hebben afgesproken over delen?” en dan hoeft het er niet zo dik bovenop te liggen op het moment zelf.
  5. Als het misgaat, laat ze dan stoom afblazen door op muziek te dansen, van de bank te springen of papierpropjes in een bak te gooien. Frustratie moet kunnen worden vrijgegeven.
  6. Als je afspreekt met de kids van een vriend of vriendin van je, negeer de kinderen dan niet om lekker te kunnen kletsen. Genegeerde peuters zijn meestal ondeugende peuters!

Een verlegen kind helpen

  1. Naai een knoop in een zak en vertel hem dat je aan hem denkt als hij hem vasthoudt. Een verlegen kind moet zichzelf kunnen “oppeppen” als het misschien te moeilijk lijkt mee te doen.
  2. Als sociale vaardigheden niet vanzelf komen, heeft hij oefening nodig. Laat hem zien hoe hij zichzelf kan voorstellen, geef hem een paar openingszinnen om een ​​gesprek aan te knopen, zoals “Hallo. Mijn naam is Tara” en voor het uitnodigen van een ander kind om te delen in wat ze heeft:'”Wil je ook wat?”
  3. Kleed hem aan zoals de andere kinderen. Het laatste wat een verlegen kind nodig heeft, is om teveel op te vallen. Dus ook als het misschien jouw smaak niet is.
  4. Als hij in de peuterspeelzaal of kinderdagverblijf is, vraag dan aan de groepsleidster of er andere verlegen kinderen in de groep zijn en praat met hun ouders over het samenbrengen van jullie kinderen. Het maken van een vriend geeft hem de vaardigheid en het vertrouwen om ook andere vrienden te maken.
  5. Bouw zijn zelfvertrouwen op, vertel hem dat hij het hartstikke goed doet en prijs elke inspanning en zelfs de kleinste overwinning richting socialer worden.
Joost Nusselder, de oprichter van speelkeuze.nl is een content marketer, vader en houdt van het uitproberen van nieuw speelgoed. Hij kwam als kind al in aanraking met alles rondom spellen toen zijn moeder de Tinnen Soldaat begon in Ede. Nu maakt hij sinds 2016 samen met zijn team hulpvaardige blog artikelen om trouwe lezers te helpen bij leuke speel ideetjes.